Islam Video - Ansaar.nl - Samenvatting Biografie van de Boodschapper
van Allaah Mohammed ibn 'Abdillaah
Samenvatting Biografie van de Boodschapper van Allaah
Mohammed ibn 'Abdillaah
Door
al-Iemaam al-Haafidh
'Abdoel-Ghanie ibn 'Abdoel-Waahid al-Maqdasie (544-600NH)Door al-Iemaam al-Haafidh
'Abdoel-Ghanie ibn 'Abdoel-Waahid al-Maqdasie (544-600NH)
Voetnoten door: Chaalid
ibn 'Abdoer-Rahmaan ash-Shaay'e.
Vertaling door: Mohammed
Aboe 'Oebaydillaah al-Hollandie al-Mekkie
Bijlage: De Wonderen van de Profeet vanuit Sahieh
Al-Boechaarie, Volume 1, Arabisch-Engels, vertaald vanuit het Engels door
Amina.
Zijn Afkomst :
De hele stamboom van de
profeet : 'Hij is Aboel-Qaasim,
Mohammed ibn 'Abdoellaah ibn 'Abdoel-Moettalib ibn Haashim ibn 'Abdoel-Manaaf
ibn Qoesay ibn Kilaab ibn Moerrah ibn K'ab ibn Loe`ay ibn Ghaalib ibn Fihr ibn
Maalik ibn an-Nadar ibn Kinaanah ibn Choezaymah ibn Moedrikah ibn Iliyaas ibn
Moedar ibn Nazaar ibn Ma'ad ibn 'Adnaan ibn Oedad ibn Ale Moeqawwim ibn Naahoer
ibn Tayrah ibn Y'arob ibn Yeshjoeb ibn Naabit ibn Ismaa'iel ibn Ibrahiem
Chaliel ar-Rahmaan …
Zijn Moeder :
De moeder van de
boodschapper heet: Amienah bint
Wahab ibn 'Abdoel-Manaaf ibn Zoehrah ibn Kilaab ibn Moerrah ibn K'ab ibn Loe`ay
ibn Ghaalib.
Zijn geboorte :
De boodschapper is geboren in Mekka
in het jaar van de olifant (610Chr), maandag 12 Rabie' al-Awwal.
Het overlijden van zijn vader, moeder en
opa:
Zijn vader 'Abdoellaah
ibn 'Abdoel-Moettalib overleed toen hij nog in de buik van zijn
moeder was. (Dit is de meest authentieke uitspraak over deze zaak zoals o.a.:
Ibnoel-Qayyim, Ibn Kethier, adh-Dhahabie, Ibn Hadjar, Ibnoel-Djowzie e.a. dit
hebben bevestigd).
Zijn moeder overleed
terwijl hij vier jaar oud was en zijn opa toen hij acht jaar oud was.
Wie hem heeft gezoogd:
Thoewabah de slavin van
Aboe Lahab heeft hem in dezelfde periode
met Hamza ibn Abdoel-Moettalib en Aboe Salamah gezoogd nadat zij bevallen was
van haar zoon Masroeh..
En Haliemah bint Abie
Dhoe`eeb as-S'adieyah heeft hem ook gezoogd.
Zijn
verschillende namen :
Op
gezag van al-Djoebair ibn Moet'im: de profeet heeft
gezegd: "Voorwaar, ik ben Mohammed, en ik ben Ahmed,
en ik ben al-Maahie waarmee Allaah al-Koefr heft gewist, en ik ben al-Haashir degene die de mensen verzameld, en ik ben al-'Aaqib degene waarna er geen profeet meer zal komen." Sahieh moetafaqoen 'alaihie.1 En zo heeft hij nog een
aantal namen zoals: al-Moestafa, al-Bashier, an-Nadhier etc...
Zijn opgroeien in Mekka en zijn vertrek met zijn oom
Aboe Taalib naar ash-Shaam en zijn huwelijk met Chadiejah:
De
boodschapper van Allaah groeide als wees onder voogdij van zijn opa 'Abdoel-Moettalib en
vervolgens (na het overlijden van zijn opa) onder voogdijschap van zijn oom
Aboe Taalib ibn 'Abdoel-Moettalib.
Allaah
beschermde hem van elke zonde en schaamte van al-Djaahiliejah
(onwetendheid, pre-Islaam) en schonk hem goede eigenschappen. Totdat hij als
niets anders dan betrouwbaar onder zijn volk bekend stond. En dit nadat zijn
volk zijn bewaring van de invertrouwensstelling en oprechte en zuivere
bewordingen zagen.
Toen
hij twaalf jaar werd ging hij met zijn oom Aboe Taalib op reis naar ash-Shaam.
Toen zij Boesra (zuid-Syrië) bereikte zag (de christelijke) pater (genaamd)
Bahaira hem, hij herkende hem gelijk aan zijn eigenschappen. Hij naderde hem en
nam hem bij zijn hand en zei: 'Dit is het hoofd der Werelden! Allaah heeft hem
als genade voor de mensheid (djinn en alles wat bestaat) gestuurd.'
Er
werd aan hem (Bahaira) gevraagd: 'Wie heeft je hierover ingelicht?' Hij zei:
'Toen jullie aankwamen vanuit de bergpas was er geen boom noch rotsblok dat
niet tot neerknieling snelde, en bomen en rotsblokken knielen voor niemand
anders dan een profeet. En wij (de christenen) zijn over hem geïnformeerd in
onze boeken. Hij vroeg Aboe Taalib (over een aantal zaken) die hem gelijk
daarop terugstuurde (naar huis) omdat hij vreesde dat de Joden hem iets zouden
doen (als zij wisten wie hij was).2
Daarna
is hij een tweede keer op (zaken)reis gegaan met de handel van Chadiejah يضر اهن
ع للها naar ash-Shaam, samen
met haar dienaar genaamd Maysarah. Dit was voordat hij met haar trouwde. Nadat
hij vijfentwintig jaar werd trouwde hij met Chadiejah اهنع للها يضر .
De Aanvang van de Openbaring:
Nadat
hij veertig jaar was geworden verkoos Allaah hem met Zijn Barmhartigheid en
zond hem met Zijn Boodschap. DDjibriel kwam
bij hem met de Openbaring terwijl hij in de bergspelonk genaamd Hiraa` was in
Mekka. Vervolgens heeft hij dertien jaar lang uitgenodigt naar de Tawhied
(Eenheid van Allaah). Tijdens zijn verblijf in Mekka bad hij in de
richting van Jerusalem en liet de K'abah voor hem staan terwijl hij bad (zoals
in Moestadrak al-Haakim). En hij bad na zijn emigratie naar Medienah zeventien
maanden in dezelfde richting.
Zijn Emigratie :
Vervolgens
emigreerde hij naar al-Medienah samen met Aboe Bakr as-Saddieq en de dienaar van Aboe Bakr 'Aamir ibn Foehayrah en hun gids
'Abdoellaah ibn
1
Overgeleverd door al-Boechaarie nr. 3532,
4896 en Moslim nr. 2354.
2 Dit verhaal is overgeleverd door
at-Tirmidhie en de schrijver heeft het hier samengevat. Al-'Allaamah Al-Albaanie
heeft het authentiek verklaard in Sahieh at-Tirmidhie 3/191 en in al-Mishkaat
nr. 5918.
Oerayqid
al-Laythie, die toen kaafir was. Het is niet bekend of hij ooit moslim is
geworden.
Hij
verbleef tien jaar in Medienah.
Zijn Overlijden :
Hij
overleed op drieënzestig jarige leeftijd op maandag twaalf Rabie' al-Awwal 10H.
En hij werd op de woensdag daarna begraven nadat hij gewassen
was door 'Ali ibn Abie Taalib, zijn oom al-'Abbaas, al-Fadl ibn 'Abbaas,
Qoethoem ibn 'Abbaas, Oesaamah ibn Zeed en Shoeqraan .
De
moslims hebben vervolgens ieder individueel voor hem (djanazah)
gebeden zonder dat iemand voor een ander Iemaam was. Hij is begraven in het
huis van zijn vrouw 'Aisha op de plek waar hij is overleden.
Zijn Nakomelingen:
Er
zijn van hem drie zonen geboren:
Al-Qaasim: Waarnaar
hij zijn Koeniyah heft (Aboel-Qaasim). Hij werd geboren in Mekka voor de
Openbaring. Hij stierf daar toen hij twee jarige leeftijd.
'Abdoellaah: Hij
heet ook at-Taahir en at-Tayyib want hij werd geboren in Islaam.
Ibrahiem: Hij
werd geboren in Medienah en overleed daar in zijn zoogperiode.
Wat
betreft zijn dochters :
Zaynab: zij
werd gehuwelijkt door Aboel-'Aas ibn ar-Rabie' ibn 'Abdoel-'Uz haar neef van
moederskant. Zij baarde voor hem 'Ali –die al jong stierf- en Oemamah degene
die de profeet droeg in zijn Salaah. Oemamah groeide op totdat 'Ali ibn Abie
Taalib haar huwlijkte na het overlijden van Fatimah.
Faatimah: zij
werd gehuwelijkt door 'Ali ibn Abie Taalib en baarde voor hem al-Hassan,
al-Hoesayn, Mohsin –die al jong stierf-, Oem Koelthoem die gehuwlijkt werd door
'Omar ibn al-Chattab en Zaynab die gehuwlijkt werd door 'Abdoellaah ibn Dj'afer
ibn Abie Taalib.
Roeqayah: zij
werd gehuwelijkt door 'Uthmaan ibn 'Affaan en stierf onder hem. Vervolgens
trouwde hij de vierde dochter van de profeet Oem
Koelthoem.
Oem Koelthoem: Zij
werd gehuwelijkt door 'Uthmaan ibn 'Affaan nadat haar zus overleden was. Zij
baarde één zoon 'Abdoellaah.
De Veldslagen die hij heeft
gevoerd:
De
boodschapper van Allaah heeft zelf vijfentwintig veldslagen gevoerd en in negen
van deze vijfentwintig gevochten. (Dit zijn de namen van die veldslagen:) Badr,
Oehoed, al-Chandaq, Banie Qoeraydah, al-Moestalaq, Chayber, Fath Mekkah,
Hoenayn en at-Taïf. Dit is wat bekend is en wat bevestigd is door (sierah
schrijvers zoals:) Mohammed ibn Ishaaq, Aboe M'asher en Moesaa ibn 'Uqbah e.a.
De militaire expidities en uitzendingen waren echter plusminus vijftig.
Hoofdstuk over zijn schrijvers
en gezanten:
Degenen die voor
hem de Openbaring hebben opgeschreven zijn:
Aboe Bakr as-Saddiq, 'Omar ibn al-Chattab, 'Uthmaan ibn 'Affaan, 'Ali ibn Abie
Taalib, 'Aamir ibn Foehayrah, 'Abdoellaah ibn al-Arqam az-Zoehrie, Oebay ibn
K'ab, Thaabit ibn Qays ibn Shammaas, Chaalid ibn Sa'ied ibn al-'Aas, Handhalah
ibn ar-Rabie' al-Asadie, Zeed ibn Thaabit, Moe'aawiyah ibn Abie Soefyaan en
Shoerahabiel ibn Hasanah .
De
boodschapper van Allaah heeft (de volgende) gazanten gezonden:
- 'Amr ibn Oemayah ad-Damrie naar an-Nadjaashie (de bevelhebber
van Ethiopië) die later moslim is geworden.
- Dahieyah ibn Chaliefah al-Kelbie naar Qaysar de koning van
Byzantium die uit vrees voor zijn volk geen moslim werd.
- 'Abdoellaah ibn Hoedhaafah as-Sahmie naar Kiesrah de koning van
Perzië die de brief van de profeet verscheurde.
De profeet zei hierop: "Moge
Allaah zijn rijk verscheuren!" Waarop
Allaah zijn rijk en die van zijn onderdanen verwoeste.
- Haatib ibn Abie Belta'ah al-Lehmie naar al-Moeqawqas de koning
van Alexandrië en Egypte die goeds zei en tot de Islaam naderde maar geen
moslim werd. Hij gaf vervolgens Mariejah al-Qibtiejah aan de profeet kado.
- 'Amr ibnoel-'Aas naar het koninkrijk van 'Oman Djayfer en het
koninkrijk van 'Abd ibnay al-Djolandie, zij zijn beide van de stam genaamd Azd,
die beiden moslim werden.
- Saliet ibn 'Amr ibn al-'Aamierie naar Hoedhah ibn 'Ali
al-Hanafie in al-Yamaamah die geen moslim werd nadat zijn verzoek om een deel
van de verantwoording te krijgen werd afgewezen.
- Shadjaa'a ibn Wahab al-Asadie naar al-Haarith ibn Abie Shamir
al-Ghasaanie de koning van Balqaa` in de Shaam streek.
- Al-Moehaadjir ibn Abie Oemayah al-Machzoemie naar al-Haarith
al-Himyarie één van de koningen van Yemen.
- Al-'Alaa` ibn al-Hadramie naar al-Mondhir ibn Saawa al-'Abdie
naar de koning van al-Bahrain die een brief terug stuurde en moslim werd.
- Aboe Moesaa al-Ash'arie en Moe'aadh ibn Djabel al-Ansaarie naar
de algemene bevolking van Yemen, die vervolgens grotendeels moslim werden.
Zijn Ooms
en Tantes (van vaderskant):
Hij
had elf ooms, zij zijn:
Al-Haarith: de
oudste zoon van 'Abdoel-Moettalib.
Qoethoem: overleed
op jonge leeftijd.
Az-Zoebayr ibn 'Abdoel-Moettalib: was één van de edelste van Qoraysh. Zijn zoon is 'Abdoellaah ibn
Zoebayr.
Hamzah ibn 'Abdoel-Moettalib: de leeuw van Allaah en die van Zijn boodschapper. Hij werd
vroegtijdig moslim en emigreerde naar al-Medienah en was aanwezig bij de
veldslag Badr.
Al-'Abbaas ibn 'Abdoel-Moettalib: hij werd moslim en emigreerde naar al-Medienah.
Aboe Taalib ibn 'Abdoel-Moettalib: zijn naam is 'Abdoe-Manaaf en hij is de broer van 'Abdoellaah
(de vader van de profeet ) van
moederskant. Hij stond de profeet bij
maar werd geen moslim. Zijn zonen zijn: 'Aqiel, Dj'afer, 'Ali, en Oem Haanie`
(dochter), zij allen tellen onder de sahabah.
Aboe Lahab ibn 'Abdoel-Moettalib: zijn naam is 'Abdoel-'Uzza.
'Abdoel-K'abah: .....
Hadjal: zijn
naam is al-Moeghayrah.
Diraar: de
broer van al'Abbaas van moederskant.
Al-Ghidaaq: werd zo
genoemd door zijn gulheid.
Hij had zes tantes,
zij zijn:
Safieyah bint 'Abdoel-Moettalib: is moslima geworden en is vervolgens naar al-Medienah
geïmigreerd. Zij is de moeder van az-Zoebayr ibn al-'Awaam en de zus van Hamza
van moederskant.
'Aatikah bint 'Abdoel-Moettalib: er wordt gezegd dat zij moslima is geworden.
Arwaa bint 'Abdoel-Moettalib: haar man was 'Oemayr ibn Wahab ibn 'Abdoed-Daar ibn Qoesay.
Oemaymah bint 'Abdoel-Moettalib: haar man was Djehsh ibn Rie`aab de vader van Zaynab bint Djehsh
de vrouw van de profeet .
Barrah bint 'Abdoel-Moettalib: de vrouw van 'Abdoel-Asadibn Hilaal ibn 'Abdoellaah ibn 'Amr ibn
Machzoem. De vader van Aboe Salamah 'Abdoellaah diegene die voor zijn
overlijden met Oem Salamah getrouwd was voor de profeet met
haar trouwde.
Oem Hakiem bint 'Abdoel-Moettalib:de vrouw van Koerayz ibn Rabie'ah ibn Habieb ibn 'Abdoesh-Shams
ibn 'Abdoe-Manaaf. Zij baarde Arwaa bint Koerayz de moeder van 'Uthmaan ibn
'Affaan .
Zijn Vrouwen :
Chadiedjah bint Choewaylid ibn Asad ibn 'Abdoel-Uzza ibn Qoesay ibn Kilaab hij trouwde met
haar toen hij vijfentwintig was. Zij leefde met hem tot en met de eerste
openbaringen en overleed drie jaar voor de emigratie.
Sawdah bint Zam'ah ibn
Qays ibn 'Abdoesh-Shams ibn 'Abdoe-woed ibn Nasr ibn Maalik ibn Hisal ibn
'Aamir ibn Loe`ay. Hij trouwde voor de emigratie met haar .
'Aisha bint Aboe Bakr as-Saddiq.
Hij trouwde met haar in Mekkah twee jaar voor de emigratie. Zij is de enige
maagdin die hij gehuwelijkt heeft . Zij overleed in het jaar 58NH.
Hafsah bint 'Omar ibn al-Chattaab. De profeet scheidde
van Hafsah en werd toen door Allaah geboden om haar terug te halen als zegen
voor 'Omar .3 Zij
overleed in het jaar 27NH.
Oem Habiebah bint Aboe Soefyaan. Haar naam is Ramlah bint Sachr ibn Harb ibn Oemayah ibn
'Abdoesh-Shams ibn 'Abdoe-Manaaf. Zij overleed in het jaar 44NH.
Oem Salamah. Haar
naam is Hind bint Abie Oemayah ibn al-Moeghayrah ibn 'Abdoellaah ibn 'Omar ibn
Machzoem. Zij trouwde met de profeet na
overlijden van haar man Aboe Salamah. Zij overleed in het jaar 62NH.
Zaynab bint Djehsh ibn
Rie`aab ibn Y'amor ibn Sabirah ibn Morrah ibn Kabier ibn Ghanam ibn Nazaar ibn
Ma'ad ibn 'Adnaan. Zij is degene die Allaah met de profeet trouwde
van boven de zeven hemelen.4 Zij overleed in het jaar 20NH.
Zaynab bint Choezaymah ibn al-Haarith ibn 'Abdoellaah ibn 'Amr ibn 'Abdoe-Manaaf ibn
Hilaal ibn 'Aamir ibn S'asa'ah ibn Moe'aawiyah. Zij stierf als enige vrouw
naast Chadiejah tijdens het leven van de profeet in het
jaar drie na Hiedjrah.
Djoewayrieyah bint al-Haarith ibn Abie Darraar ibn Habieb ibn 'Aa`id ibn Maalik ibn
al-Malmoestalaq al-Choezaa'iejah. Zij werd bij de veldslag van Banie Moestalaq
als oorlogsbuit gevangen genomen en werd door de profeet na een
geschreven akte vrijgezet en vervolgens trouwde hij haar. Zij stierf in het
jaar 56NH.
Safieyah bint Hoejee ibn Achtab ibn Abie Yehya ibn K'ab ibn al-Chazradj an-Nadriejah, zij is van
het nageslacht van Haaroen ibn 'Imraan -de broer van de profeet Moesaa - Zij werd als oorlogsbuit gevangen genomen en vervolgens
vrijgezet door
3
Overgeleverd door Aboe Dawoed nr. 2283,
an-Nesaa`ie 6/213, Ibn Maadjah nr. 2016 en al-Albaanie heeft het als authentiek
verklaard.
4 Zie al-Boechaarie nr. 7420.
de
profeet .
Hierna trouwde hij haar en maakte zijn gunst tegenover haar dat hij haar
vrijzette als haar bruidschat. Zij overleed in het jaar 30NH.
Maymoenah bint al-Haarith ibn Hazn ibn Boedjayr ibn al-Haram ibn Roewaybah ibn 'Abdoellaah
ibn Hilaal ibn 'Aamir ibn S'asa'ah ibn Moe'aawiyah. Zij is de tante van
moederskant van Chaalid ibn al-Waleed en 'Abdoellaah ibn 'Abbaas. Zij is de
laatste die de profeet van de moeders der gelovigen trouwde. Zij stierf in het jaar
63NH.
Over Zijn Edele Manieren :
De
profeet was één van de dapperste mannen, 'Ali ibn Abie Taalib heeft gezegd: ((Als wij in het heetst van de strijd waren en de
twee legers elkaar ontmoeten zochten we bescherming bij de boodschapper .))5
Hij
was één van de gulste mensen, hij werd nooit om iets gevraagd en zei dan:
'Nee'.6
Hij
schaamde zich meer dan een maagdelijke jonge vrouw, hij staarde nooit naar
iemands gezicht. Hij wraakte of werd nooit boos omwille van zichzelf, maar
wanneer de grenzen van Allaahs Verboden werden overschreden dan wraakte hij
omwille van Allaah. De naasten en verren, zwakken en sterken waren bij hem
gelijk wannneer het om de waarheid ging.
Hij
bekritiseerde nooit enig voedsel, als hij het luste dan at hij het en als hij
het niet luste dan liet hij het staan.7
Hij
at nooit terwijl hij leunende op iets of op een tafel.8 Hij weigerde nooit iets wat toegestaan is,
als hij dadels aantrof dan at hij dat, en als hij brood, vlees, granen-, of
gerstenbrood aantrof dan at hij dat en wanneer hij alleen melk aantrof dan nam
hij daar genoegen mee. Hij at meloen en verse dadels en hij hield van
zoetigheid en honing.9
Op
gezag van Aboe Hoerayrah : 'De
boodschapper van Allaah heft de wereld verlaten terwijl hij nooit verzadigd was
door gerstenbrood.'10
'En
er passeerde zich één maand en twee maanden zonder dat er een vuur werd
aangemaakt in een van de huizen van de familie van Mohammed. Hun eten bestond
toentertijd uit water en dadels.'11
Hij
zocht ook niet naar de beste sort kleding of eten. Hij droeg en at hetgeen
aanwezig was. Hij repareerde zijn slippers, naaide zijn kleding, hielp zijn
familie bij het huishouden en ging op ziekenbezoek.
Hij
was de nederigste der mensen. Hij gaf gehoor aan een ieder die hem uitnodigde,
rijk of arm, van lage of hoge stand. Hij hield van de armen, hij ging naar hun
begrafenissen en zocht hun zieken op. Hij keek nooit neer op een arme.
5
Overgeleverd door Ahmed in al-Moesnad en
Ahmed Shaakir verklaarde hem Sahieh. En in Sahieh Moslim staat een hadieth die
hiervoor getuigt nr. 1776.
6
Zie Sahieh al-Boechaarie nr. 6033 en Sahieh
Moslim nr. 2311.
7
Zie Sahieh al-Boechaarie nr. 5409 en Sahieh
Moslim nr. 2064.
8
Zie Mochtaser ash-Shamaa-il nr. 165.
9
Zie Sahieh al-Boechaarie nr. 5368 en Sahieh
Moslim nr. 1474.
10
Zie Sahieh al-Boechaarie nr. 5414 en Sahieh
Moslim nr. 2976.
11 Zie Sahieh al-Boechaarie nr. 6458 en Sahieh
Moslim nr. 2972 op gezag van 'Aisha.
Hij
reed op paarden, kamelen, ezels e.d. en liet zijn dienaar of iemand anders
achter hem zitten.
Zijn
kleding was van wol. Hij hield het meest van al-Boeroed
(i.e. een Jemens geblokt kleedstuk wat de
arabische bedoeïnen dragen –as-Sihaah) uit Jemen waarin rood en wit zat.
Zijn
ring en de steen in zijn ring waren van zilver. Hij droeg deze aan zijn
rechterpink en soms droeg hij hem links.12
Soms
bond hij uit honger een steen om zijn maag, terwijl Allaah hem alle sleutels
der rijkdommen van de wereld wilde gegeven, maar hij weigerde dit te nemen
omdat hij dit graag voor het hiernaamaals wilde bewaren.
Hij
maakte veel glorificatie (van Allaah) en maakt weinig spel. Hij maakte zijn
gebed lang en verkorte zijn (vrijdagmiddag) preek.
Hij
glimlachte veel en was de beste als je hem ontmoette, terwijl hij constant in
gedachte was. Hij hield van parfum en haatte slechte geuren. Hij verwelkomde
edele mensen, trakteerde de rechtschapen en hij keerde nooit zijn gezicht van
iemand af (wanneer diegene hem aansprak). Hij maakte (weleens) grapjes maar sprak
dan altijd waarheid. Hij accepteerde het excuus van degene die hem excusseerde.
Hij had dienaren en dienaressen maar hij verhief zichzelf nooit boven hen in
zijn eten of kleding. Er verstreek bij hem geen tijd zonder dat hij die
besteedde met werk voor Allaah of voor dat wat noodzakelijk voor hem en zijn
familie was.
Hij
hoedde schapen en zei: 'Er
is geen profeet geweest alleen dat hij schapen heeft gehoed.'13 'Aisha werd gevraagd over de manieren van
de boodschapper van Allaah en zei: 'Zijn manieren waren in overeenstemming met
de Qor`aan.'14 Hij
werd kwaad omwille hiervan en had welbehagen met dat waar het welbehagen mee
heeft.
En
het is authentiek dat Anas heeft
gezegd: 'Ik heb nog nooit (een soort van) fluweel of zijde aangeraakt dat
zachter was als de handpalm van de boodschapper van Allaah . Ook heb ik nooit een beter geur geroken dan die van de (huid
van) de boodschapper .
Voorwaar, ik heb de boodschapper van Allaah tien jaar gediend, maar hij heeft
nooit Oef tegen mij gezegd of mij beripsd door te zeggen: 'Waarom heb je dit
gedaan of waarom heb je dat niet gedaan?'15
Allaah
heeft hem de meest perfecte manieren en
goede handelingen gegeven en Hij heeft hem kennis van de eersten en de laatsten
en datgene waarin succes en voorspoed ligt gegeven. Hij was een anafalbeet en
had geen menselijke leraar. Hij groeide op in een woestijngebied waar
onwetendheid heerste. Toch heeft Allaah hem uitverkoren boven de eersten en de
laatsten en hem datgene gegeven wat Hij niet gaf aan iemand anders van de
'Alemien. Moge Allaahs Zegeningen met hem zijn tot en met de Dag der
Opstanding!16
12
Zie Sahieh al-Boechaarie nr. 5877 en Sahieh
Moslim nr. 2094.
13
Zie Sahieh al-Boechaarie nr. 2263 en Sahieh
Moslim nr. 2050.
14
Overgeleverd door Moslim 736 en Aboe Dawoed
1342 e.a.
15
Zie Sahieh al-Boechaarie nr. 3561 en Sahieh
Moslim nr. 2309 en Aboe Dawoed nr. 4774.
16 Hier eindigt de biografie van de
boodschapper van Allaah geschreven
door 'Abdoel-Ghanie al-Maqdasie. Het hoofdstuk over de wonderen van de profeet hebben we inplaats vanuit 'Abdoel-Ghanie's
boek uit Sahieh al-Boechaarie gehaald. Moge Allaah ons er nut van laten hebben!
Amien.(SP)
De Wonderen17
van de profeet (Vanuit
Sahieh al-Boechaarie):
1. De Heilige Qor’aan
was het levende wonder, geschonken door Allaah ىلاعت aan de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص. Het Boek van Allaah
werd door de Engel DDjibriel aan hem
geopenbaard en vandaag zijn er 1400 jaar verstreken en niemand is in staat
geweest om ook maar ëën enkele letter te veranderen of een imitatie te
produceren zoals er gezegd wordt in de Qor’aan:”Voorwaar, Wij zijn het Die de Vermaning (de Qor’aan)
hebben neergezonden. En voorwaar Wij zijn daarover zeker de Wakers.” Soerah al-Hidjr 15:09, en de verklaring van de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص: “Vóór mij werd aan
iedere Profeet een wonder gegeven en zij praktiseerden het gedurende hun leven:
i.e. Jezus was gewoon de zieken te genezen en wekte de doden met de Wil van
Allaah tot leven, etc. Mozes werd de staf gegeven, etc. en ik heb het
permanente wonder (van) de Qor’aan gekregen, totdat Het Uur vastgesteld wordt.
Ik hoop dat mijn volgelingen groter in aantal zullen zijn dan alle andere
boodschappers, want mijn wonder zal tot aan de Dag der Opstanding blijven, en
het is een Glorieus Boek. Wanneer iemand hem leest, ook al is hij een
ongelovige, etc. dan zal hij overtuigd zijn dat het niet door een levend wezen
of een geschapen iets (engelen) geschreven is, maar dat het van de Schepper van
de hemelen en de aarde afkomstig is.”
2. Het splijten van de
maan: Anas هنع للهأ يضر heeft overgeleverd
dat de Mekkanen aan de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص vroegen hen een
wonder te laten zien, en zo liet hij hen het splijten van de maan zien. (Hadith
nr. 831 Vol. IV, Sahih Al Bukhari, Engelse Vertaling).
Abdullah
bin Massoed هنع للهأ يضر heeft overgeleverd :
Gedurende het leven van de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص was de maan in twee
gedeeltes gespleten waarop de Profeet zei,“Wees
getuige (van dit)”. Hadith nr. 830 Vol. IV.
3. Het huilen van de
stam van de dadelpalmboom in de Moskee van de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص. Ibn ‘Umar هنع للهأ يضر heeft overgeleverd dat de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص gewoon was zijn
Choetbah (religieuze toespraak) te geven terwijl hij tegen de stam van een
dadelpalmboom leunde. Toen hij de preekstoel had gemaakt en hem daarvoor in de
plaats gebruikte, begon de stam te huilen en de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص ging naar hem toe, en
wreef er met zijn hand over heen (om z'n huilen te stoppen). Hadith nr. 783
Vol. IV.
4. Het stromen van het
water tussen de vingers van de Boodschapper van Allaah ملس و هيلع للهأ ىلص. Hadith nr. 779 Vol.
IV:
‘Abdullah
هنع للهأ يضر heeft overgeleverd: “Wij
waren gewoon wonderen als Allaah’s Zegeningen te beschouwen, maar jullie mensen
beschouwen hen als een waarschuwing. We waren een keer op reis met de Apostel
van Allaah ملس و هيلع للهأ ىلص toen we water tekort
kwamen. Hij ملس و هيلع للهأ ىلص zei, “Breng het
resterende water
17 De bedoeling is datgene wat Allaah via zijn
handen als wonderen heeft laten gebeuren, want de mensen kunnen geen wonderen
begaan alleen met de wil van Allaah. (Selefie Publikaties)
met
je mee.” De mensen brachten een gebruiksvoorwerp waar een beetje water in zat.
Hij plaatste zijn hand erin en zei, “Kom naar het gezegende water, en de Zegen
komt van Allaah.” Ik zag het water tussen de vingers van Allaah Zijn Apostel ملس و هيلع للهأ ىلص stromen, en zonder
twijfel hoorden wij de maaltijd Allaah prijzen toen het gegeten werd (door
hem).
5. De Profeet zijn
maaltijden waren gewoon Allaah te prijzen terwijl hij at, en deze glorificatie
werd door de metgezellen van de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص gehoord. Hadith nr.
779, Vol. IV: Zie punt 4
6. Stenen waren gewoon
de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص te begroeten wanneer
hij de wegen van Mekka passeerde.
7. Het uitwerpen van
een dood lichaam van een Christen door de aarde:
Op
gezag van Anas هنع للهأ يضر: ‘Er was een Christen
die zich bekeerde tot de Islaam en Soerah Al Baqarah en Ali ‘Imraan las en hij
was gewoon de openbaring voor de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص te schrijven.
Naderhand bekeerde hij zich weer tot het Christendom en zei, “Mohammed weet
niets dan wat ik voor hem heb geschreven.” Toen liet Allaah hem doodgaan en de
mensen begroeven hem, maar ’s ochtends zagen zij dat de aarde zijn lichaam
eruit had geslingerd.” Zij zeiden: “ Dit is een daad van Mohammed en zijn
metgezellen. Zij hebben het graf van onze metgezel geopend en hebben zijn
lichaam er uit gehaald omdat hij van hen weg ging, dus groeven zij het graf
weer dieper voor hem, maar ’s ochtends zagen zij weer dat de aarde het lichaam
eruit had geslingerd.” Zij zeiden, “Dit is een daad van Mohammed en zijn
metgezellen.” Dus groeven zij een derde graf voor hem zo diep als zij konden,
maar s’ ochtends zagen zij dat de aarde het lichaam er uit had geslingerd. Toen
geloofden zij dat wat hen was overkomen niet gedaan was door de mens, en zij
moesten het lichaam op de grond laten. Hadith nr. 814 Vol. IV.
8. De beschutting
(schakering) door de bomen, voor de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص om zijn behoefte te
doen.
9. De stijging van het
water in de put bij al-Hoedaybiya nadat het uitgedroogd was.
Hadith
nr. 777, Vol. IV.:
Al-Bara’
هنع للهأ يضر heeft overgeleverd:
Wij waren met 1400 personen op de dag van Al-Hoedaybiya (Vredesverdrag).
Al-Hoedaybiya was een put. We haalden het water eruit en lieten geen druppel
achter. De Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص zat aan de rand van
de put en vroeg om wat water waarmee hij zijn mond spoelde en toen spuugde hij
het uit in de put. We verbleven er een korte tijd en haalden toen water uit de
put en lestten onze dorst en zelfs ons rijdieren dronken water tot hun
tevredenheid.
10.
De toename in het aantal dadels in de tuin
van Djaabir bin ‘Abdoellah, nadat de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص rondom een van de
hopen dadels liep en Allaah aanriep voor Zijn Zegeningen. Hadith nr. 780 Vol.
IV:
Djaabir
امهنع للهأ يضر heeft overgeleverd:
Mijn vader stierf terwijl hij schulden had. Ik kwam naar de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص en zei, “ Mijn vader
is gestorven en heeft onbetaalde schulden achtergelaten, en ik heb niets
behalve de opbrengst van zijn dadelpalmen; en hun opbrengst zal voor vele jaren
zijn schulden niet dekken. Kom alstublieft met mij mee, zodat de schuldeisers
zich niet zullen misdragen tegen mij.” De Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص ging rondom een van
de hopen dadels en riep Allaah aan, en deed toen hetzelfde met een andere hoop
en zat erop en zei, “Meet (voor hen).” Hij betaalde hen hen rechten en wat
overbleef was evenveel als wat er aan hen betaald was.
11. Het spreken van de
wolf: Het is overgeleverd dat een wolf ook tegen één van de metgezellen van de
Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص sprak dicht bij
Medina, zoals overgeleverd in Fatah-ul-Bari (Vol. VIII, p. 23).
Op
het gezag van Unais bin ‘Amr هنع للهأ يضر : Ahban bin Aus zei, “
Ik was bij mijn schapen. Plotseling greep een wolf een schaap en ik schreeuwde
er naar. De wolf ging op zijn staart zitten en richtte zich tot mij, zeggende, “Wie
zal er op letten (i.e de schapen) als jij bezig bent en niet in staat bent er
op te letten? Verbied jij mij de voorziening die Allaah voor mij voorzien
heeft?” Ahban voegde er aan toe, “ Ik klapte in mijn handen en zei, ‘Bij
Allaah, ik heb nog nooit zoiets eigenaardigs en wonderbaarlijks gezien! Daarop
zei de wolf, ‘Er is iets eigenaardigers en wonderbaarlijkers dan dit; dat is
Allaah’s Apostel ملس و هيلع للهأ ىلص die in palmbomen
mensen uitnodigt naar Allaah (i.e. de Islaam).’” Unais bin ‘Amr zei verder, “Toen
ging Ahban naar Allaah’s Apostel ملس و هيلع للهأ ىلص en informeerde hem
wat er gebeurd was en aanvaardde de Islaam.
12. De Mi’raj: De
stijging van de Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص naar de hemelen.
(Zie
ook: Vol. I, hadith nr. 345)
Hadith nr. 227,
Vol. 5: Anas bin Malik van Malik bin Sa’sa’a heeft overgeleverd dat Allaah’s Apostel ملس و هيلع للهأ ىلص zijn Nacht Reis aan
hen beschreef, zeggende, “ Terwijl ik in Al-Hatim of Al-Hidjr lag, kwam er
plotseling iemand naar mij toe en sneed mijn lichaam open van hier tot hier.”
Ik vroeg Al-Jarud die bij mij was, “Wat bedoelt hij?” Hij zei, “Het betekent
van zijn keel tot aan zijn schaamstreek,” of zei, “Vanaf het bovenste van de
borst.” De Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص zei verder, “Hij
haalde toen mijn hart eruit. Daarna werd er een gouden dienblad vol met Geloof
naar mij gebracht en werd mijn hart gewassen en gevuld (met Geloof) en werd
toen in zijn oorspronkelijke plaats teruggezet. Toen werd er een wit dier naar
mij gebracht dat kleiner dan een muildier en groter dan een ezel was.” (Hierop
vroeg Al-Jarud, “Was het de Buraq, O Abu Hamza?” Ik (i.e.Anas) antwoordde met
ja.). De Profeet ملس و هيلع للهأ ىلص zei, “De pas van het
dier (was zo groot dat het) het verste punt binnen het bereik van zijn
gezichtsveld reikte. Ik werd erop gedragen, en Djibriel vertrok met mij totdat
we de dichtstbijzijnde hemel bereikte. Toen hij vroeg of de poort geopend kon
worden werd er gevraagd, ‘Wie is daar?’ Djibriel antwoordde, ‘Djibriel.’ Er werd
gevraagd, ‘Wie vergezelt jou?’ Djibriel antwoordde, ‘Mohammed.’ Er werd
gevraagd, ‘Is Mohammed geroepen? Djibriel antwoordde met ja. Toen werd er
gezegd, ‘Hij is welkom. Wat een uitstekend bezoek is dit!’ De poort werd
geopend, en toen ik over de eerste hemel ging, zag ik Adam daar. Djibriel zei
(tegen mij), ‘Dit is jouw vader, Adam; geef hem jouw begroetingen.’ Dus
begroette ik hem en begroette hij mij terug en zei, ‘Je bent welkom, o vrome
zoon en vrome Profeet.’ Toen steeg Djibriel met mij
tot we de tweede
hemel bereikten. Djibriel vroeg of de poort geopend werd. Er werd gevraagd, ‘Wie
is daar?’ Djibriel antwoordde, ‘Djibriel.’ Er werd gevraagd, ‘Wie vergezelt
jou?’ Djibriel antwoordde, ‘Mohammed.’ Er werd gevraagd, ‘Is hij geroepen?’
Djibriel antwoordde bevestigend. Toen werd er gezegd, ‘Hij wordt verwelkomd.
Wat een uitstekend bezoek is dit! De poort werd geopend. Toen ik over de tweede
hemel ging zag ik Yahya en 'Isaa daar die neven van elkaar zijn. Djibriel zei
(tegen mij), ‘Dit zijn Yahya en 'Isaa; begroet hen.’ Dus begroette ik hen en
beide begroetten mij terug en zeiden, ‘Je bent welkom o vrome broeder en vrome
Profeet.’ Toen steeg Djibriel met mij naar de derde hemel en vroeg of de poort
werd geopend. Er werd gevraagd, ‘Wie is daar?’ Djibriel antwoordde, ‘Djibriel.’
Er werd gevraagd, ‘Wie vergezelt jou?’ Djibriel antwoordde, ‘Mohammed.’ Er werd
gevraagd, ‘Is hij geroepen?’ Djibriel antwoordde met ja. Toen werd er gezegd, ‘Hij
is welkom, wat een uitstekend bezoek is dit!’ De poort werd geopend en toen ik
over de derde hemel ging zag ik Yoessoef daar. Djibriel zei (tegen mij), ‘Dit
is Yoessoef; geef hem jouw begroetingen.’ Dus ik begroette hem en begroette mij
terug en zei, ‘Je bent welkom, o vrome broeder en vrome Profeet.’ Toen steeg
Djibriel met mij naar de vierde hemel en vroeg of de poort geopend werd. Er
werd gevraagd, ‘Wie is daar?’ Djibriel antwoordde, ‘Djibriel.’ Er werd
gevraagd, ‘Wie vergezelt jou?’ Djibriel antwoordde, ‘Mohammed.’ Er werd
gevraagd, ‘Is hij geroepen?’ Djibriel antwoordde met ja. Toen werd er gezegd, ‘Hij
is welkom, wat een uitstekend bezoek is dit!’ De poort werd geopend en toen ik
over de vierde hemel ging zag ik Idries daar. Djibriel zei (tegen mij), ‘Dit is
Idries; geef hem jouw begroetingen.’ Dus begroette ik hem en hij begroette mij
terug en zei, ‘Je bent welkom, o vrome broeder en vrome Profeet.’ Toen steeg
Djibriel met mij naar de vijfde hemel en vroeg of de poort geopend werd. Er
werd gevraagd, ‘Wie is daar?’ Djibriel antwoordde, ‘Djibriel.’ Er werd
gevraagd, ‘Wie vergezelt jou?’ Djibriel antwoordde, ‘Mohammed.’ Er werd
gevraagd, ‘Is hij geroepen?’ Djibriel antwoordde met ja. Toen werd er gezegd, ‘Hij
is welkom, wat een uitstekend bezoek is dit!’ Dus toen ik over de vijfde hemel
ging zag ik Haroen daar. Djibriel zei (tegen mij), ‘Dit is Haroen; geef hem
jouw begroetingen.’ Dus ik begroette hem en hij begroette mij terug en zei, ‘Je
bent welkom, o vrome broeder en vrome Profeet.’ Toen steeg Djibriel met mij
naar de zesde hemel en vroeg of de poort geopend werd. Er werd gevraagd, ‘Wie
is daar?’ Djibriel antwoordde, ‘Djibriel.’ Er werd gevraagd, ‘Wie vergezelt
jou?’ Djibriel antwoordde, ‘Mohammed.’ Er werd gevraagd, ‘Is hij geroepen?’
Djibriel antwoordde met ja. Toen werd er gezegd, ‘Hij is welkom, wat een
uitstekend bezoek is dit!’ Toen ik ging (ovder de zesde hemel), zag ik Moesaa
daar. Djibriel zei (tegen mij), ‘ Dit is Moesaa; geef hem jouw begroeting. Dus
ik begroette hem en hij begroette mij en zei, ‘Je bent welkom, o vrome broeder
en vrome Profeet.’ Toen ik hem verliet (i.e. Moesaa) weende hij. Iemand vroeg
hem, ‘Wat maakt jou aan het wenen?’ Moesaa zei, ‘ Ik ween omdat er na mij (als
Profeet) een jonge man is gestuurd wiens volgelingen het Paradijs in grotere
getale zullen betreden dan mijn volgelingen.’Toen steeg Djibriel met mij naar
de zevende hemel en vroeg of de poort geopend werd. Er werd gevraagd, ‘Wie is
daar?’ Djibriel antwoordde, ‘Djibriel.’ Er werd gevraagd, ‘Wie vergezelt jou?’
Djibriel antwoordde, ‘Mohammed.’ Er werd gevraagd, ‘Is hij geroepen?’ Djibriel
antwoordde met ja. Toen werd er gezegd, ‘Hij is welkom, wat een uitstekend
bezoek is dit!’ Dus ik ging (over de zevende hemel), waar ik Ibrahiem zag. Djibriel
zei (tegen mij), ‘ Dit is jouw vader; geef hem jouw begroetingen.’ Ik begroette
hem en hij begroette mij terug en zei, ‘Je bent welkom, o vrome zoon en vrome
Profeet. ’Toen werd ik gemaakt te stijgen naar Sidratoel-Moentaha (i.e. de
Lotus Boom van de verste limiet). Aanschouw! Zijn vruchten waren als de kruiken
van Hadjr (i.e. een plaats vlakbij Medina) en zijn
bladeren waren zo
groot als de oren van olifanten. Djibriel zei, ‘Dit is de Lotus Boom van de
verste limiet.’ Aanschouw! Er stroomden vier rivieren, twee waren verborgen en
de andere twee waren zichtbaar. Ik vroeg, ‘Wat zijn deze twee soorten rivieren,
O Djibriel?’ Hij antwoordde, ‘Wat de verborgen rivieren betreft, zij zijn twee
rivieren in het Paradijs, de zichtbare rivieren zijn de Nijl en de Eufrates.
Toen werd Al-Bait al-Ma’moer (i.e. het Heilige Huis) aan mij getoond en een vat
vol met wijn en en ander vol met melk en een derde vol met honing werden naar
mij gebracht. Ik nam de melk. Djibriel maakte de opmerking, ‘Dit is het
Islaamitische geloof dat jij en je volgelingen volgen.’ Toen werden de gebeden
aan mij opgelegd: Het waren vijftig gebeden per dag. Toen ik terugkeerde
passeerde ik Moesaa die (mij) vroeg, ‘Wat is jou bevolen te doen?’ Ik
antwoordde, ‘Ik ben bevolen vijftig gebeden per dag uit te voeren.’ Moesaa zei,
‘Jouw volgelingen kunnen vijftig gebeden per dag niet verdragen, en bij Allaah,
ik heb mensen voor jou getest, en ik heb mijn uiterste best gedaan bij Bani
Israil (tevergeefs). Ga terug naar jouw Heer en vraag om vermindering van de
last voor jouw volgelingen.’ Dus ging ik terug, en bracht Allaah tien gebeden
voor mij in vermindering. Toen kwam ik weer bij Moesaa, maar hij herhaalde
hetzelfde als wat hij voorheen zei. Ik ging toen terug naar Allaah en Hij
bracht tien gebeden in vermindering. Toen ik terug kwam bij Moesaa zei hij
hetzelfde, ik ging terug naar Allaah en hij beval mij tien gebeden per dag uit
te voeren. Toen ik terug kwam bij Moesaa herhaalde hij hetzelfde advies, dus ik
ging terug naar Allaah en werd bevolen vijf gebeden per dag uit te voeren. Toen
ik terug kwam bij Moesaa, zei hij, ‘ Wat is jou bevolen?’ Ik antwoordde, ‘Ik
ben bevolen vijf gebeden per dag uit te voeren.’ Hij zei, ‘Jouw volgelingen
kunnen vijf gebeden per dag niet verdragen, en zonder twijfel, ik heb een
ervaring met de mensen vóór jou, en ik heb mijn uiterste best gedaan bij Bani
Israil, dus ga terug naar jouw Heer en vraag om vermindering van de last van
jouw volgelingen.’ Ik zei Ik heb zoveel van mijn Heer gevraagd dat ik mij
schaam, maar ik ben nu tevreden en geef mij over aan het Bevel van Allaah.’
Toen ik wegging, hoorde ik een stem zeggen, ‘Ik heb Mijn Bevel doorgegeven en
heb de last voor mijn Dienaren verminderd.
Lees meer »